синий водород

(blauwe waterstof)

Nederland heeft grote verwachtingen van waterstof in een duurzaam energie- en grondstoffensysteem. De grootste coalitiepartijen hebben de ambitie voor de productie van groene waterstof in 2030 inmiddels opgekrikt tot 8 GW in 2030. Volgens de plannen van dit kabinet zou dan 21 GW windenergie op zee geïnstalleerd moeten zijn. Met een aangenomen capaciteitsfactor van 0,50 en een rendement van 75% voor de elektrolyse zou dat net voldoende kunnen zijn, als de technologische ontwikkeling meezit.

Dat is een enorme opgave. 21 GW wind op zee in 2030 betekent 1750 molens van 12 MW bouwen in een tijdsbestek van 8,5 jaar. Dat zijn ruim 12 molens per week, non-stop, vanaf vandaag. Ga er maar aan staan. De wil is groot, maar de oorspronkelijke doelen voor wind- en waterstofproductie uit het Klimaatakkoord waren een factor 2 lager en uitdagend genoeg. Met de 4 GW waterstofproductie in 2030 uit het Klimaatakkoord zou het huidige industriële waterstofverbruik (ca 10 mld m3) net aan vergroend kunnen worden.

De rijksoverheid doet nu een oproep om meer waterstoftoepassingen buiten de industrie te ontwikkelen. Hoe valt dat te begrijpen? Voor het installeren van 21 GW wind op zee zijn afnamegaranties noodzakelijk. De productie van groene waterstof zou daarbij in theorie kunnen helpen. Helaas is het gebruik van groene waterstof als energiedrager is weinig efficiënt. Verbranding van groene waterstof betekent al gauw een halvering van de hoeveelheid primaire energie, vergeleken met een direct verbruik van groene stroom uit wind of zon. Het is dus verkieslijk om groene waterstof alleen toe te passen als een alternatief ontbreekt.  

Als Nederland zijn waterstofinfrastructuur nu veel ruimer uitlegt dan met groene waterstof gevuld kan worden, betekent dat een langdurige inzet op blauwe waterstof. Dat kan. Ook blauwe waterstof wordt zonder CO2-uitstoot geproduceerd. Echter, onze afhankelijkheid van aardgas blijft in stand, terwijl we die niet langer uit Rusland willen invoeren of in Groningen produceren. Op dit moment wordt gewerkt aan het vergroten van de LNG-import via CO2 emitterende bunkerschepen, maar op dit moment loopt ook de Amerikaanse productie daarvan tegen grenzen aan, terwijl ook de Aziatische vraag groeit.

Het is dus onduidelijk hoe Nederland met een te ruime inzet op waterstof zijn eigen energiezekerheid gaat vergroten. Als de oorlog in Oekraïne voorbij is en onze energiehonger groot genoeg, zal de verleiding groot zijn weer zaken met de Russen te doen, hetzij voor aardgas, hetzij voor blauwe waterstof. Het is onverteerbaar dat grote sommen belastinggeld worden gestoken in een infrastructuur die ons op termijn afhankelijk houdt.

Afnamegaranties voor nieuwe windparken op zee moeten dan ook gevonden worden in vergaande directe elektrificatie van het eindgebruik in alle sectoren. Uit de eerste plannen van de industriële clusters blijkt dat de industriële vraag tot 2030 al moet verdrievoudigen – van 43 tot 128 TWh. Het is zaak dat minister Jetten beleid gaat maken om dat – en meer – mogelijk te maken.

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s